Meester Boggia St. Aloysiusschool Budel *Leiden 1-2-1909 †Budel-Dorplein 23-6-1942

Het ‘bidprentje van de maand’ is het fotoprentje van meester Boggia (1909-1942).

Albertus Adrianus Maria Boggia werd op 1 februari 1909 geboren te Leiden als zoon van Mathias Boggia en Anna Lambertina Luppes. Het gezin Boggia-Luppes telde 7 kinderen. Vader Boggia was sergeant-majoor der infanterie.

Albert Boggia werd per 1 december 1941 benoemd tot onderwijzer aan de R.K. jongensschool St. Aloysius in Budel-Dorp. Bij het zwemmen in de Peel nabij de zinkfabriek verdronk hij op 23 juni 1942. Meester Boggia werd 33 jaar en was ongehuwd. Hij werd op het parochiekerkhof begraven.
Bekijk alle bidprentjes met een verhaal!

De voorouders Boggia stammen uit Urio In Italië en kwamen als beeldengieter naar Amsterdam. Op 18 september 1795 trouwt te Amsterdam de 26-jarige Anthonie Boggia ‘van Urio in Italien, Roomsch, oud 26 jaren, woonende in de Warmoesstraat in het pand de Laatste Wijnberg, ouders dood’  met de 21-jarige Maria Beereboom. Zij zijn de stamouders van de familie Boggia in Nederland.
Bekijk alle bidprentjes met een verhaal!

Monument Molen ‘Nooit Gedagt’

Rijksmonument Molen ‘Nooit Gedagt’
Meemortel 24 6021 AE Budel

Rijksmonument 11267
Molen ‘Nooit Gedagt’; ronde bakstenen bovenkruier uit 1846.

Molen ‘Nooit Gedagt’ is één van de drie molens die Budel rijk is. Molen ‘Nooit Gedagt’ is het oudste van het drietal. De molen is in 1846 gebouwd door J.A. Gors. Sinds 1909 wordt de molen bemalen door generaties molenaars uit de familie Kees.

De molen is altijd in bedrijf geweest voor het malen van granen, voor zowel boerengemaal als consumptiegemaal.

Geschiedenis

Aanvankelijk had Budel een uit de middeleeuwen stammende molen, waarvan de Heer van Cranendonck, waartoe Budel na 1421 officieel behoorde, de molenrechten bezat (molendwang). Deze oude molen brandde in 1921 af en werd niet meer hersteld.
Toen het alleenrecht om op de Oude Molen te laten malen in de negentiende eeuw door een tijdelijke sluiting niet uitgeoefend kon worden, werd de molen ‘Nooit Gedagt’ gebouwd.

De uit het Belgische Bree afkomstige J.A. Gors liet in 1846 deze molen bouwen. Hij verpachtte de molen aan Jan Rooijmans, maar plaatste in 1867 zijn zoon Hendrik Gors op de molen, toen die zijn studie aan het Groot Seminarie voor R.K. priester staakte. Rooijmans bouwde daarop in 1869 in Budel zijn eigen molen: deze zou veel later ‘Zeldenrust’ worden genoemd.
Na H. Gors was L. Beelen vanaf 1899 molenaar. De weduwe Gors verhuurde de molen vanaf 1909 aan Jan Kees, die tien jaar later eigenaar werd. Sindsdien is deze molen in de familie Kees gebleven.

Tot 1919 was deze molen, opmerkelijk, een zetelkruier. In dat jaar werden de huidige kap met Engels kruiwerk, gietijzeren as en ijzeren roeden aangebracht. De oude houten bovenas en -wiel zijn toen vermoedelijk naar Kaulille (B.) gegaan. De as dient daar als draagbalk voor de koning. De balken van het zetelkruiwerk waren tot aan de restauratie van 1976 aanwezig. De huidige kapzolderbalken zijn vervaardigd uit de oude schoren.

Nadat de molen in de loop van de jaren ’60 en ’70 minder en minder in bedrijf te zien was, volgde in 1976 een grote opleving: de beltmolen werd een stellingmolen. De stenen romp werd enige meters verhoogd en de molenbelt geheel afgegraven. Dit verhogen was nodig, omdat jaren eerder de lage molenberg al gedeeltelijk was afgegraven voor de bouw van een magazijn (dat enkele meters boven de berg uitstak). Hierdoor kon men niet meer geheel rondkruien. Desondanks was de molen tot begin jaren ’70 af en toe nog in bedrijf voor het malen van boekweit.

In 1980 werden op de binnenroede in eigen beheer fokwieken aangebracht; in 1985 volgde de buitenroede. De fokken werden enkele jaren geleden vernieuwd (en zijn nu zwart in plaats van wit). De staven van de wieg (bovenschijfloop) zijn van ijzer; beide steenrondsels zijn voorzien van nylon staven. Naast de vangtrommel is hier ook een – later aangebrachte – vangstok aanwezig. In 2008 werden korte spruit en vangstok vernieuwd. In 2011 volgden, wederom in eigen beheer, lange spruit, baard en kruibok.

Sinds 1992 zijn de broers Henrie, Martien en Johan Kees eigenaar; in dat jaar namen zij de molen over van hun vader, Sjef Kees.
De molen is tegenwoordig geregeld op zaterdagen en soms doordeweekse dagen in bedrijf. In de winter wordt boekweit gemalen, iets wat vroeger op veel Kempische molens gebeurde maar tegenwoordig een zeldzaamheid is.

Van april tot juni 2011 stond de molen in de steigers ten behoeve van het herstel van het metselwerk (slechte stenen vervangen en voegwerk herzien). Molenmaker Adriaens vernieuwde een gedeelte van de kapbetimmering, waarna er nieuw dakleer en ook een waterafvoergoot werd aangebracht. Verder werden balkkoppen gerepareerd met epoxy.
In juni 2012 werd aan de westkant van de romp een grijze coating aangebracht.

Over de naam
Begin 19de eeuw was er in Budel slechts één molen, de Oude Molen, een standerdmolen. Deze werd in 1828 gekocht door P. Kneepkens uit Weert. Bij de koop had hij geregeld dat er niet meer molens in Budel gebouwd mochten worden, omdat hij het alleenrecht van malen wilde. In de jaren ’40 van de 19de eeuw kreeg Kneepkens echter een conflict met de commiezen over het al dan niet ontduiken van accijnzen, waardoor uiteindelijk de molen door de commiezen werd gesloten. Op dat moment zag Johannes Gors kans om toch een molen te kunnen bouwen (wat hij al eerder wilde, maar toch gold het verbod nog). Nu de Oude Molen echter gesloten was, verviel volgens Gors de blokkade en hij kreeg inderdaad toestemming om een molen te mogen bouwen. Toen de burgemeester bij de bouw kwam, vertelde Gors dat hij dit “nooit gedacht” had.

Uniek aan deze molen
Deze molen is dus in 1976 verhoogd en van beltmolen stellingmolen geworden. Hiermee werd de praktische bruikbaarheid enorm vergroot, maar werden ook de proporties geheel gewijzigd.
Er werd in het begin veel loongemaal verricht voor “De Kleine Aarde” in Boxtel. Er werd gemiddeld tot 20 ton per week gemalen, veelal biologische granen.
Op het ogenblijk wordt voor bakkers, grossiers en particulieren gemalen. Ook wordt er nog steeds boekweit gemalen in twee soorten, namelijk grof en fijn meel.
De bedoeling is in de nabije toekomst de molenwinkel in het naastgelegen magazijn verder uit te breiden met meer producten.

Voor meer informatie en bronnen klik hier!

Pastoor-deken van Baars *Deurne 8-11-1859 †Budel 17-6-1927

Franciscus Antonius Bernardus van Baars werd geboren te Deurne op 8 november 1859, priester

gewijd op 30 mei 1885 en was kapelaan te Bladel, Balgoy, Son en Uden tot hij op 16 april 1904 als opvolger van pastoor Th. Van Bergen (overleden op 5 april 1904), tot pastoor in Budel werd benoemd. Op 4 augustus 1922 werd hij deken van het dekenaat Geldrop en in 1925 onderscheiden als officier in de orde van Oranje Nassau.

Hij overleed te Budel op 17 juni 1927 en ligt begraven op het kerkhof bij de grote kerk (per 30 juni 1927 werd pastoor Van Lieshout zijn opvolger in Budel). Pastoor Van Baars verrichtte de inzegening van de kerk te Budel-Schoot op 20 augustus 1908, richtte de R.K. Jongensschool op (19 januari 1919) en was de geestelijke vader van de in 1920 opgerichte afdeling van de St. Vincentiusvereniging in Budel.

Ook was hij een groot vogel- en bijenkenner, zijn studies hierover publiceerde hij in vakbladen, waarvoor hij werd onderscheiden. Hij had een glazen observatiekast met een zwerm bijen die door een gaatje in de muur toegang hadden in zijn woonkamer.

In 1911 bouwde hij de half voltooide kerk af. Aan de buitenmuur van de kerk aan de kant van het priesterkoor is de eerste steen ingemetseld met het volgende opschrift:

Voluit:
Primum Lapidem Posuit
Reverendus Dominus F. van Baars
Parochus
Anno Domini 1911

Hetgeen betekent: De eerste steen gelegd door de eerwaarde heer F. van Baars pastoor in het jaar onzes Heren 1911

De Deken van Baarsstraat in Budel is naar hem vernoemd.
Lees verder…

Natuurwandeling Cranendonckse bos

Op zondag 20 januari gaan de natuurvrienden van heemkundekring “De Baronie van Cranendonck” wandelen in het Cranendonckse bos. Ze treffen daar een vochtig loofbos aan op de oostelijke rand van het dal van de Buulder Aa.Vertrek om 9u30 vanaf de parkeerplaats bij het Schepenhuis te Budel. Iedereen is van harte welkom.
Zie ook Natuurgebied Buulderbroek en Cranendonckse bos

Natuurgebied De Vloeten Soerendonk

De Vloeten is een van de weinige gebieden waar het oorspronkelijk glooiend Brabantse landschap nog te zien is. Ontstaan in de laatste ijstijd toen vanuit de droogstaande Noordzee zand naar deze contreien kwam gewaaid en hier duinen en stuifzanden vormde.

In de loop der jaren hebben de boeren de ontgonnen akkers langzaam maar zeker geëgaliseerd zodat de glooiingen verdwenen zijn.

Vloeten betekent laag en nat gebied en slaat dan ook op de terreinen langs de Buulder Aa en de moerassen aan de noordkant. Daar staat het zelfs in de zomer blank.
Lees het hele artikel en bekijk alle foto’s….


Nieuwjaarszingen in ons Heemgebied

Op oudjaarsdag wordt er in ons heemgebied een oud gebruik in ere gehouden: het Nieuwjaarszingen.
In Budel, Budel-Schoot , Budel-Dorplein, Gastel en Soerendonk trekken groepen kinderen (zolang ze op de basisschool zitten)   langs de deuren om een lied te zingen en de daarbij horende traktaties in ontvangst te nemen.
In Budel zingt men het volgende lied:
“Lievrouwke, lievrouwke nijaorgève,
gi zult verdiene ‘t öwig léve.
‘t Öwig léve is béter gewonne,
dan urn unne gulle draod gesponne.
Kiek us in oeuw körrefke,
dó ligge drei roezige eppelkes in,
gèft vja, spaort wa,
opun Anderjaor (al) wér (us) wa.
Koekemerello!

Op Gastel wordt voor de zin géft wa, spaort wa nog een andere zin ingelast namelijk: Ève gróót, kraai noot.

In Budel-Schoot kan men een ietwat afwijkende tekst horen:
Vrouwke vrouwke ni-jaor geve,
gi zult verdiene ‘t öwig léve.
‘t Öwig léve is béter gewonne,
dan veur ne gulle draod gesponne.
Kiek us in ow körrefke,
dó ligge dréj róej eppelkes in.
Gèf wa, spaor wa,
un einder jaor al wer wa.
Koekemerello!

In Soerendonk klinkt het weer iets anders:
Vrouwkw, vrouwke, ni-jaorgève,
Ge zult verdeenen ut öwig léven.
Öwig léven is béter gewonne,
Vur ne gulle draod gesponne.
Kiek us in mien körrefke,
Dao liggen drej appelkes in,
Ève groeët, kraol oet, vrouwke loeët,
Geft wa, spaor wa,
Un ander jaor wér wa.

Als de kinderen na dat jaar van school afgingen zongen ze de laatste zin als volgt:

Un ander jaor niks mér.

Lees alle achtergronden en betekenis van het Nieuwjaarzingen in het artikel van Harrie Jaspers uit de Aa-kroniek van 1994-4: LIEVROUWKE, LIEVROUWKE NIJAOR GEVE… KOEKEMERELLO NIEUWJAARZINGEN IN ONS HEEMGEBIED

Aa-kroniek 2018 nummer 4

De laatste Aa-kroniek van 2018 is bezorgd bij de abonnees. Wij hopen dat ze opnieuw met veel plezier hierin lezen, genieten van de beelden, en ook in 2019 abonnee willen blijven.
-Het eerste artikel brengt ons naar Budel-Dorplein. Giel Stollman schreef voor ons zijn vierde en slotartikel in de reeks over de kerkelijke geschiedenis van dit fabrieksdorp. Deze keer komen de geestelijke assistenten en vrijwilligers aan bod.
-Harrie Jaspers vervolgt zijn wandeling door de Grootschoterweg in Budel-Schoot en behandelt het enige dorpscafé op nummer 133, vervolgens het huis met het belhuisje op het dak, nr. 135 en het braakliggend terrein waar vroeger het huis van Poelmans stond.
-Budelnaar Tjeu Broers tekende zijn herinneringen uit zijn tachtigjarige leven in Budel op. In dit nummer vindt u de eerste van de twee afleveringen over zijn kinderjaren.
-Dit jaar is het exact zestig jaar geleden dat scouting Kizitogroep voor Maarheeze en Soerendonk werd opgericht. In de eerste van de twee bijdragen naar aanleiding van dit jubileum kijkt Jac. Biemans terug op de oprichting zoals Gerard Bellemakers die gestalte gaf.
-Wij hopen dat de abonnees opnieuw met veel genoegen ons tijdschrift lezen. Deze doen ons op hun beurt plezier door het abonnementsgeld voor 2019 alvast voor 1 januari aanstaande aan ons over te maken. Ook geïnteresseerden kunnen natuurlijk abonnee worden: Maak € 8,– (gemeente Cranendonck), € 9,–(Hamont) of € 20,– voor postabonnees over op NL05 RABO 0109567188 met vermelding van naam adres en postcode. Losse nummers zijn verkrijgbaar voor € 3,50 bij de VVV op de markt en in de boekhandels van Budel en Maarheeze.

Everardus Jacobus Winters (*Maarheeze 1888 †Weert 1969)

Het bidprentje van de maand is deze keer het gedachtenisprentje van Everardus Jacobus Winters (1888-1969), beter bekend onder de naam ‘de brouwer’ van Maarheeze.  Everard Winters werd op 17 mei 1888 te Maarheeze geboren als zoon van brouwerszoon Jan Winters uit Sint-Huibrechtslille en brouwersdochter Han Koekhofs uit Maarheeze. Jan en Han Winters-Koekhofs hadden een bierbrouwerij aan de Vogelsberg. Rond 1918 staakte men met de bierbrouwerij en startte zoon Everard met een limonadefabriek, met daarnaast wel nog een groothandel in bier. Het bedrijf groeide uit tot een onderneming van betekenis, zowel nationaal als internationaal. In 1953 werd gestart met de productie van Seven-Up. In 1957 verhuisde de limonadefabriek van de Vogelsberg/Sterkselseweg naar een nieuw bedrijfspand aan de Oranje-Nassaulaan langs de snelweg, in de volksmond bekend als ‘de Seven-Up’. Everard trouwde in 1918 met Helena Theunissen (1896-1976) uit het Limburgse Herten. De zonen Jan en Rob Winters namen het bedrijf van vader Everard over.

Everard Winters was ook sociaal-maatschappelijk actief. Hij was raadslid van Maarheeze en voorzitter van de fanfare ‘De Poort van Brabant’. Nog steeds wordt elk jaar het ‘Everard Wintersfestival’ voor harmonieën en fanfares gehouden. Voor zijn vele verdiensten werd hem het ereburgerschap van Maarheeze verleend. In 1972 werd een straat naar hem vernoemd.

Everard Winters overleed te Weert op 30 december 1969, 81 jaar oud.

Lees het hele verhaal en bekijk meer foto’s….