R.K. Sint-Corneliuskapel | Sint Cornelisplein 1 Gastel

Gemeentelijk Monument 1706/GA1
Gebouwd in ca. 1855
Verbouwd in 1930
Gerestaureerd in 1976 en 1993
Gewijd aan de Heilige Paus Cornelius
Gebouw
Deze eenbeukige kapel van omstreeks 1855 bevindt zich op een driehoekig pleintje. De kapel is voorzien van steunberen, een dakruitertje en een overwelfd ingangsportaal. Het interieur werd deels bijeengegaard uit naburige kerken: het orgel is afkomstig van de kerk te Budel, het altaar uit de kerk van Budel-Schoot en de kruiswegstaties zijn gekocht van de paters Salvatorianen te Hamont-Achel.
Geschiedenis
Reeds vanaf de middeleeuwen behoorde Gastel tot de parochie Budel, maar er bestond hier aan het einde van de 15e eeuw een kapel die gewijd was aan Maria en de vier noodhelpers: Sint-Cornelius, Sint-Quirinus, Sint-Hubertus en Sint-Antonius abt. Na de Vrede van Münster in 1648 werd de kapel door de protestanten gebruikt, tot ongeveer 1800. Sinds 1803 was er een school in gevestigd, maar niet lang na 1831 werd de oude kapel gesloopt. Het schooltje werd toen verplaatst naar een ander gebouw dat waarschijnlijk, toen de school in 1855 werd opgeheven, verbouwd werd tot de huidige kapel.
Tot 1926 vervulde de kapel een bescheiden rol in het plaatselijke geloofsleven. Na dat jaar begon de verering van Sint-Cornelius een steeds grotere rol te spelen: Er werden meer missen gelezen en de kinderzegen trok vele gelovigen. Er werd ook een broederschap opgericht ter ere van de heilige, in 1927. Plannen om tot de stichting van een eigen parochie te komen gingen niet door, maar ter compensatie werd de kapel in 1930 grondig opgeknapt, zodat ze geschikt bleef voor misbezoek.
Lees het hele verhaal en de verhalen van Harrie Jaspers  

Oorlogsslachtoffer Jan Maas uit Soerendonk

Tussen 1946 en 1949 werden 160.000 Nederlandse jongens naar Nederlands-Indië gestuurd. Wat moet je met 160.000 soldaten in een land dat 60 keer groter is dan Nederland?

Van die 160.000 jongens zijn er 6.200 niet teruggekeerd.

Eén van die jongens is Jan Maas. Jan was een echte dorpsjongen uit Soerendonk.

Hij was een actieve toneelspeler maar bovenal was Jan een trouw lid van het Sint Jansgilde. Hij was vendelier. Jan zwaaide zijn vaandel voor God, Koning en Vaderland. Jan gaf het dierbaarste wat hij bezat, Jan gaf zijn leven voor God, Koning en vaderland. Vandaar dat ook op 4 mei het gilde elk jaar weer op het Jan Maasplein een hulde brengt aan deze gesneuvelde Gildebroeder.

Nu eren en herdenken wij hier alle gevallenen, gewonden en verzetsmensen van weleer. Naar hem is het plein tegenover de kerk, het Jan Maasplein vernoemd.

Verzetsmonument Soerendonk

Het verzetsmonument:
Herdachte groepen: Algemeen, Geallieerde militairen
Ontwerper: Janus Compen
Onthulling: 5 mei 1985

Vorm en materiaal
Het verzetsmonument in Soerendonk (gemeente Cranendonck) is een gedenksteen van witte natuursteen, geplaatst op een bakstenen sokkel.
Tekst
De tekst op de gedenksteen luidt:

‘AANGEBODEN DOOR DE GEREPATRIEERDEN EN GEËVACUEERDEN
AAN DE BEWONERS VAN HET DORP SOERENDONK
UIT DANKBAARHEID
MEI 1945’.
Wijziging
De steen werd in 1945 geplaatst op de hoek Winkel/Zitterd. Later is de gedenksteen verhuisd naar de hoek van de Strijperdijk. Bij het begin van de ruilverkavelingswerkzaamheden, in 1967, is de steen daar weggehaald en was een tijd spoorloos verdwenen. Hij werd teruggevonden op de gemeentewerf en kreeg zijn nieuwe plaats bij de hernieuwde onthulling op 5 mei 1985.
De geschiedenis
Het verzetsmonument in Soerendonk (gemeente Cranendonck) is opgericht ter nagedachtenis aan de bevrijding van het dorp door de geallieerden en uit dankbaarheid voor de opvang van geëvacueerden en gerepatrieerden uit concentratiekampen en andere plaatsen.
Onthulling
Het monument is onthuld op 5 mei 1985 door burgemeester H.A. van den Broek, mevrouw J. Compen en de heer Lubbersen.
Locatie
Het monument staat tegenover de R.K. kerk aan de Dorpsstraat in Soerendonk.
Bron
Gemeente Cranendonck.
Voor meer informatie
AA-kroniek, jaargang 9 – nr. 3 (Heemkundekring Budel en Cranendonck, 1990).

Het verhaal achter dit monument is een verhaal van dankbaarheid.

Direct na de bevrijding van Soerendonk rukten de geallieerden snel op naar Noord-Limburg; zij kwamen vast te zitten vóór de Maas. Daar hebben ze acht weken vastgezeten.

De aanvoer van grondstoffen, voornamelijk vanuit de noodhaven in Normandië en Antwerpen, stagneerde: munitie, brandstof, olie, levensmiddelen.

Het gevolg was dat daar een geweldig langdurig artillerievuur plaatsvond. De Geallieerden schoten granaten naar het oosten en de Duitsers schoten granaten naar het westen.

Om die reden moesten mensen in die omgeving evacueren. Heel Soerendonk lag in de kortste tijd vol met evacués uit Venlo, Leunen, IJsselstein en Blerick.

In december kwamen daar nog eens een aantal gerepatrieerden bij. Bijna heel Soerendonk had vijf  of zes  vreemde mensen aan tafel zitten, en dat elke dag.

Tweede Kerstdag kwamen er nog eens 60 gerepatrieerden bij. Dat waren mensen die eerder bij razzia´s opgepakt waren door de Duitsers en op transport werden gesteld naar Duitsland. Zij moesten werken in de oorlogsindustrie in Duitsland. Het Ruhrgebied was inmiddels bevrijd door de Amerikanen. Boven de rivieren echter was Nederland nog bezet. Die gerepatrieerden konden dus niet naar huis en deze 60, ook zij kwamen in Soerendonk terecht.

Eén van die gerepatrieerden was Bertus Lubbersen en die kwam in huis bij Johannes Compen, de grafzerkenmaker. Om zich toch verdienstelijk te maken, hielp hij in de werkplaats.

Daar was het idee geboren om een mooie steen te maken ter herinnering aan 40 – 45, uit dankbaarheid namens al die mensen die hier gastvrijheid genoten.

Zo is deze steen tot stand gekomen. Die steen die staat hier en het is voor ons een prachtig monument.

Natuurwandeling “De Malpie”

Op zondag 17 februari gaan de natuurvrienden van heemkundekring “De Baronie van Cranendonck” wandelen.

Ze gaan naar natuurgebied “De Malpie” in het Dommeldal tussen Valkenswaard en Borkel en Schaft.

Dit gebied herbergt vele grote en kleine vennen in een landschap waarin bosgebied overgaat in heidevelden en andersom.

Vertrek zoals elke derde zondag van de maand om 9u30 vanaf de parkeerplaats Blokker bij Schepenhuis te Budel. Iedereen is van harte welkom.

Meester Boggia St. Aloysiusschool Budel *Leiden 1-2-1909 †Budel-Dorplein 23-6-1942

Het ‘bidprentje van de maand’ is het fotoprentje van meester Boggia (1909-1942).

Albertus Adrianus Maria Boggia werd op 1 februari 1909 geboren te Leiden als zoon van Mathias Boggia en Anna Lambertina Luppes. Het gezin Boggia-Luppes telde 7 kinderen. Vader Boggia was sergeant-majoor der infanterie.

Albert Boggia werd per 1 december 1941 benoemd tot onderwijzer aan de R.K. jongensschool St. Aloysius in Budel-Dorp. Bij het zwemmen in de Peel nabij de zinkfabriek verdronk hij op 23 juni 1942. Meester Boggia werd 33 jaar en was ongehuwd. Hij werd op het parochiekerkhof begraven.
Bekijk alle bidprentjes met een verhaal!

De voorouders Boggia stammen uit Urio In Italië en kwamen als beeldengieter naar Amsterdam. Op 18 september 1795 trouwt te Amsterdam de 26-jarige Anthonie Boggia ‘van Urio in Italien, Roomsch, oud 26 jaren, woonende in de Warmoesstraat in het pand de Laatste Wijnberg, ouders dood’  met de 21-jarige Maria Beereboom. Zij zijn de stamouders van de familie Boggia in Nederland.
Bekijk alle bidprentjes met een verhaal!

Monument Molen ‘Nooit Gedagt’

Rijksmonument Molen ‘Nooit Gedagt’
Meemortel 24 6021 AE Budel

Rijksmonument 11267
Molen ‘Nooit Gedagt’; ronde bakstenen bovenkruier uit 1846.

Molen ‘Nooit Gedagt’ is één van de drie molens die Budel rijk is. Molen ‘Nooit Gedagt’ is het oudste van het drietal. De molen is in 1846 gebouwd door J.A. Gors. Sinds 1909 wordt de molen bemalen door generaties molenaars uit de familie Kees.

De molen is altijd in bedrijf geweest voor het malen van granen, voor zowel boerengemaal als consumptiegemaal.

Geschiedenis

Aanvankelijk had Budel een uit de middeleeuwen stammende molen, waarvan de Heer van Cranendonck, waartoe Budel na 1421 officieel behoorde, de molenrechten bezat (molendwang). Deze oude molen brandde in 1921 af en werd niet meer hersteld.
Toen het alleenrecht om op de Oude Molen te laten malen in de negentiende eeuw door een tijdelijke sluiting niet uitgeoefend kon worden, werd de molen ‘Nooit Gedagt’ gebouwd.

De uit het Belgische Bree afkomstige J.A. Gors liet in 1846 deze molen bouwen. Hij verpachtte de molen aan Jan Rooijmans, maar plaatste in 1867 zijn zoon Hendrik Gors op de molen, toen die zijn studie aan het Groot Seminarie voor R.K. priester staakte. Rooijmans bouwde daarop in 1869 in Budel zijn eigen molen: deze zou veel later ‘Zeldenrust’ worden genoemd.
Na H. Gors was L. Beelen vanaf 1899 molenaar. De weduwe Gors verhuurde de molen vanaf 1909 aan Jan Kees, die tien jaar later eigenaar werd. Sindsdien is deze molen in de familie Kees gebleven.

Tot 1919 was deze molen, opmerkelijk, een zetelkruier. In dat jaar werden de huidige kap met Engels kruiwerk, gietijzeren as en ijzeren roeden aangebracht. De oude houten bovenas en -wiel zijn toen vermoedelijk naar Kaulille (B.) gegaan. De as dient daar als draagbalk voor de koning. De balken van het zetelkruiwerk waren tot aan de restauratie van 1976 aanwezig. De huidige kapzolderbalken zijn vervaardigd uit de oude schoren.

Nadat de molen in de loop van de jaren ’60 en ’70 minder en minder in bedrijf te zien was, volgde in 1976 een grote opleving: de beltmolen werd een stellingmolen. De stenen romp werd enige meters verhoogd en de molenbelt geheel afgegraven. Dit verhogen was nodig, omdat jaren eerder de lage molenberg al gedeeltelijk was afgegraven voor de bouw van een magazijn (dat enkele meters boven de berg uitstak). Hierdoor kon men niet meer geheel rondkruien. Desondanks was de molen tot begin jaren ’70 af en toe nog in bedrijf voor het malen van boekweit.

In 1980 werden op de binnenroede in eigen beheer fokwieken aangebracht; in 1985 volgde de buitenroede. De fokken werden enkele jaren geleden vernieuwd (en zijn nu zwart in plaats van wit). De staven van de wieg (bovenschijfloop) zijn van ijzer; beide steenrondsels zijn voorzien van nylon staven. Naast de vangtrommel is hier ook een – later aangebrachte – vangstok aanwezig. In 2008 werden korte spruit en vangstok vernieuwd. In 2011 volgden, wederom in eigen beheer, lange spruit, baard en kruibok.

Sinds 1992 zijn de broers Henrie, Martien en Johan Kees eigenaar; in dat jaar namen zij de molen over van hun vader, Sjef Kees.
De molen is tegenwoordig geregeld op zaterdagen en soms doordeweekse dagen in bedrijf. In de winter wordt boekweit gemalen, iets wat vroeger op veel Kempische molens gebeurde maar tegenwoordig een zeldzaamheid is.

Van april tot juni 2011 stond de molen in de steigers ten behoeve van het herstel van het metselwerk (slechte stenen vervangen en voegwerk herzien). Molenmaker Adriaens vernieuwde een gedeelte van de kapbetimmering, waarna er nieuw dakleer en ook een waterafvoergoot werd aangebracht. Verder werden balkkoppen gerepareerd met epoxy.
In juni 2012 werd aan de westkant van de romp een grijze coating aangebracht.

Over de naam
Begin 19de eeuw was er in Budel slechts één molen, de Oude Molen, een standerdmolen. Deze werd in 1828 gekocht door P. Kneepkens uit Weert. Bij de koop had hij geregeld dat er niet meer molens in Budel gebouwd mochten worden, omdat hij het alleenrecht van malen wilde. In de jaren ’40 van de 19de eeuw kreeg Kneepkens echter een conflict met de commiezen over het al dan niet ontduiken van accijnzen, waardoor uiteindelijk de molen door de commiezen werd gesloten. Op dat moment zag Johannes Gors kans om toch een molen te kunnen bouwen (wat hij al eerder wilde, maar toch gold het verbod nog). Nu de Oude Molen echter gesloten was, verviel volgens Gors de blokkade en hij kreeg inderdaad toestemming om een molen te mogen bouwen. Toen de burgemeester bij de bouw kwam, vertelde Gors dat hij dit “nooit gedacht” had.

Uniek aan deze molen
Deze molen is dus in 1976 verhoogd en van beltmolen stellingmolen geworden. Hiermee werd de praktische bruikbaarheid enorm vergroot, maar werden ook de proporties geheel gewijzigd.
Er werd in het begin veel loongemaal verricht voor “De Kleine Aarde” in Boxtel. Er werd gemiddeld tot 20 ton per week gemalen, veelal biologische granen.
Op het ogenblijk wordt voor bakkers, grossiers en particulieren gemalen. Ook wordt er nog steeds boekweit gemalen in twee soorten, namelijk grof en fijn meel.
De bedoeling is in de nabije toekomst de molenwinkel in het naastgelegen magazijn verder uit te breiden met meer producten.

Voor meer informatie en bronnen klik hier!

Pastoor-deken van Baars *Deurne 8-11-1859 †Budel 17-6-1927

Franciscus Antonius Bernardus van Baars werd geboren te Deurne op 8 november 1859, priester

gewijd op 30 mei 1885 en was kapelaan te Bladel, Balgoy, Son en Uden tot hij op 16 april 1904 als opvolger van pastoor Th. Van Bergen (overleden op 5 april 1904), tot pastoor in Budel werd benoemd. Op 4 augustus 1922 werd hij deken van het dekenaat Geldrop en in 1925 onderscheiden als officier in de orde van Oranje Nassau.

Hij overleed te Budel op 17 juni 1927 en ligt begraven op het kerkhof bij de grote kerk (per 30 juni 1927 werd pastoor Van Lieshout zijn opvolger in Budel). Pastoor Van Baars verrichtte de inzegening van de kerk te Budel-Schoot op 20 augustus 1908, richtte de R.K. Jongensschool op (19 januari 1919) en was de geestelijke vader van de in 1920 opgerichte afdeling van de St. Vincentiusvereniging in Budel.

Ook was hij een groot vogel- en bijenkenner, zijn studies hierover publiceerde hij in vakbladen, waarvoor hij werd onderscheiden. Hij had een glazen observatiekast met een zwerm bijen die door een gaatje in de muur toegang hadden in zijn woonkamer.

In 1911 bouwde hij de half voltooide kerk af. Aan de buitenmuur van de kerk aan de kant van het priesterkoor is de eerste steen ingemetseld met het volgende opschrift:

Voluit:
Primum Lapidem Posuit
Reverendus Dominus F. van Baars
Parochus
Anno Domini 1911

Hetgeen betekent: De eerste steen gelegd door de eerwaarde heer F. van Baars pastoor in het jaar onzes Heren 1911

De Deken van Baarsstraat in Budel is naar hem vernoemd.
Lees verder…

Natuurwandeling Cranendonckse bos

Op zondag 20 januari gaan de natuurvrienden van heemkundekring “De Baronie van Cranendonck” wandelen in het Cranendonckse bos. Ze treffen daar een vochtig loofbos aan op de oostelijke rand van het dal van de Buulder Aa.Vertrek om 9u30 vanaf de parkeerplaats bij het Schepenhuis te Budel. Iedereen is van harte welkom.
Zie ook Natuurgebied Buulderbroek en Cranendonckse bos